De huisstijl geeft een eenheid in de visuele identiteit van de organisatie. Een bedrijf kan echter ook behoefte hebben aan diversiteit, omdat producten of diensten wezenlijk van elkaar verschillen. In dat geval kan er voor worden gekozen om deze van een afwijkende uitstraling te voorzien. Olins heeft een driedeling gemaakt om eenheid of diversiteit aan te brengen in het hanteren van merken:
 
  1. Monolitische identiteit 
    Bij een monolithische identiteit wordt één naam en merk gehanteerd. Denk bijvoorbeeld aan Philips en Shell. Eventueel kan door een onderschrift een organisatieeenheid worden aangeduid maar verder worden alle huisstijlelementen consequent toegepast.

  2. Endorsement 
    Bij een endorsement staat de organisatie toe dat dochterondernemingen onder een eigen naam en visuele identiteit naar buiten treden. In deze gevallen wordt er juist vaak gebruik gemaakt van een visueel element of een onderschrift welke aantoont dat de organisatie onderdeel is van een overkopelende moederonderneming.  Voorbeelden zijn Achmea en ING.

  3. Merk identiteit
    Bij een merk identiteit worden verschillende merken gevoerd die geen relatie met elkaar of tot het moederbedrijf hebben. Het is door de visuele identiteit niet duidelijk dat de organisaties tot een geheel horen. Voorbeelden hiervan zijn Sara Lee en Unilever.